content here is the anonymously transparent proxied version of ecb.europa.eu   X
Menu

INLEIDENDE VERKLARING

PERSCONFERENTIE

Christine Lagarde, president van de ECB,
Luis de Guindos, vicepresident van de ECB,
Frankfurt am Main, 16 juli 2020

Dames en heren, de vicepresident en ik heten u van harte welkom bij onze persconferentie. We zullen nu verslag doen van de vergadering van de Raad van Bestuur van vandaag, die tevens werd bijgewoond door uitvoerend vicevoorzitter van de Commissie, de heer Dombrovskis.

Sinds onze vorige vergadering van begin juni beschikbaar gekomen informatie wijst op een hervatting van de bedrijvigheid in het eurogebied, alhoewel het niveau van de bedrijvigheid ruimschoots onder het peil van vóór de coronapandemie (Covid-19) blijft, en de vooruitzichten uiterst onzeker blijven. In april bereikten zowel de hoogfrequente als enquête-indicatoren hun laagste peil, waarna in mei en juni een aanzienlijk, zij het ongelijkmatig en gedeeltelijk herstel werd opgetekend, parallel met de lopende inperking van het virus en de daarmee samenhangende verlichting van de lockdownmaatregelen. Tegelijkertijd worden de consumptieve bestedingen en de bedrijfsinvesteringen nog steeds gedrukt door het opgetekende en verwachte banen- en inkomensverlies en de uitzonderlijk hoge mate van onzekerheid over de ontwikkeling van de pandemie. De totale inflatie wordt momenteel getemperd door lagere energieprijzen, en de prijsdruk blijft naar verwachting zeer gematigd als gevolg van de scherpe daling van de reële bbp-groei en de daarmee gepaard gaande aanmerkelijke toename van de economische onderbenutting.

Tegen deze achtergrond blijft een ruime mate van monetaire stimulering noodzakelijk om het economisch herstel te ondersteunen en de prijsstabiliteit op middellange termijn te waarborgen. Daarom hebben we besloten onze zeer accommoderende monetairbeleidskoers aan te houden.

We laten de basisrentetarieven van de ECB ongewijzigd. We verwachten dat deze tarieven op hun huidige niveau of lager zullen blijven totdat we hebben vastgesteld dat de inflatieverwachtingen binnen onze projectieperiode krachtig convergeren naar een niveau dat voldoende dicht bij maar onder 2% ligt, en een dergelijke convergentie consequent in de onderliggende inflatiedynamiek tot uitdrukking komt.

We zullen onze aankopen in het kader van het pandemie-noodaankoopprogramma (pandemic emergency purchase programme – PEPP) voortzetten, met een totaalbedrag van € 1.350 miljard. Deze aankopen dragen bij tot de verruiming van de totale monetairbeleidskoers en helpen zo de met de pandemie verband houdende neerwaartse verschuiving in het verwachte inflatiebeloop te compenseren. De aankopen worden voortgezet op een flexibele manier met betrekking tot de spreiding in de tijd, over de verschillende activacategorieën en over de verschillende rechtsgebieden. Hierdoor kunnen we risico's voor de soepele transmissie van het monetair beleid doeltreffend afwenden. We zullen de nettoaankopen van activa krachtens het PEPP ten minste tot eind juni 2021 uitvoeren en in ieder geval totdat de Raad van Bestuur van oordeel is dat de crisisfase van het coronavirus voorbij is. We zullen de aflossingen op effecten die zijn aangekocht in het kader van het PEPP en die de vervaldatum hebben bereikt, ten minste tot het einde van 2022 herinvesteren. De toekomstige uitfasering van de PEPP-portefeuille wordt in ieder geval zo gestuurd dat de passende monetairbeleidskoers niet gehinderd wordt.

De nettoaankopen krachtens ons programma voor de aankoop van activa (asset purchase programme – APP) worden voortgezet voor een maandelijks bedrag van € 20 miljard, samen met de aankopen in verband met het extra tijdelijke pakket van € 120 miljard tot het einde van het jaar. We verwachten nog steeds de maandelijkse nettoaankopen van activa in het kader van het APP voort te zetten zo lang als noodzakelijk is om de accommoderende invloed van de beleidstarieven te versterken, en ze te beëindigen kort voordat we aanvangen met de verhoging van de basisrentetarieven van de ECB. We zijn voornemens de aflossingen op effecten die zijn aangekocht in het kader van het APP en die de vervaldatum hebben bereikt, volledig te blijven herinvesteren, en wel voor geruime tijd voorbij het moment waarop we beginnen de basisrentetarieven van de ECB te verhogen, en in ieder geval zo lang als noodzakelijk is om gunstige liquiditeitscondities en een ruime mate van monetaire accommodatie te handhaven.

We zullen ook omvangrijke liquiditeit blijven verstrekken via onze herfinancieringstransacties. Met name van de meest recente transactie in de derde reeks van gerichte langerlopende herfinancieringstransacties (TLTRO-III) is in zeer grote mate gebruikgemaakt, hetgeen steun geeft aan de bancaire kredietverlening aan bedrijven en huishoudens.

De monetairbeleidsmaatregelen die we sinds begin maart genomen hebben, geven cruciale steun om het herstel van de economie van het eurogebied te schragen en om de prijsstabiliteit op middellange termijn te waarborgen. Deze maatregelen ondersteunen met name het liquiditeits- en financieringsklimaat in de economie, helpen de kredietverlening aan huishoudens en bedrijven op peil te houden en leveren een bijdrage aan gunstige financieringsvoorwaarden voor alle sectoren en landen. Tegelijkertijd blijft de Raad van Bestuur in de huidige omgeving, die door verhoogde onzekerheid en aanzienlijke economische onderbenutting wordt gekenmerkt, vastbesloten om binnen zijn mandaat alles in het werk te stellen om alle burgers van het eurogebied in deze uiterst moeilijke tijd te ondersteunen. Dit is in de eerste plaats van toepassing op onze rol om ervoor te zorgen dat ons monetaire beleid wordt doorgegeven aan alle onderdelen van de economie en aan alle landen bij het nastreven van ons mandaat voor prijsstabiliteit. De Raad blijft dan ook klaarstaan om al zijn instrumenten zo nodig aan te passen, om ervoor te zorgen dat de inflatie zich op duurzame wijze ontwikkelt in de richting van de doelstelling en overeenkomstig het belang dat de Raad hecht aan symmetrie.

Staat u mij nu toe onze beoordeling nader toe te lichten, te beginnen met de economische analyse. Nieuwe gegevens en enquêteresultaten geven aan dat de economische bedrijvigheid in mei en juni significant is verbeterd tegenover het dieptepunt in april, parallel met de lopende indamming van het virus en de daarmee gepaard gaande versoepeling van de lockdownmaatregelen. Tegelijkertijd blijven de economische indicatoren ruim onder het niveau van vóór de pandemie. Het herstel bevindt zich in een beginstadium en blijft uiteenlopen tussen sectoren en landen. Al met al is het reële bbp van het eurogebied, dat in het eerste kwartaal van 2020 met 3,6% was teruggelopen tegenover het voorgaande kwartaal, in het tweede kwartaal naar verwachting nog verder gedaald. Dat strookt in grote lijnen met de door medewerkers van het Eurosysteem samengestelde macro-economische projecties van juni 2020. In de consumptie zijn tekenen van herstel zichtbaar en ook in de industriële productie is sprake van een aanzienlijke opleving. Tegelijkertijd drukken de ongunstige arbeidsmarktomstandigheden en het voorzorgssparen van de huishoudens de uitgaven voor consumptie. Zwakke bedrijfsvooruitzichten en hoge onzekerheid zetten een rem op de investeringen, terwijl de zwakte van de mondiale economie de buitenlandse vraag naar goederen en diensten uit het eurogebied belemmert.

Verwacht wordt dat de bedrijvigheid in het eurogebied in het derde kwartaal zal toenemen, naarmate de inperkingsmaatregelen verder worden versoepeld, ondersteund door de gunstige financieringsvoorwaarden, een expansieve begrotingskoers en een hervatting van de mondiale bedrijvigheid. De onzekerheid over de algehele snelheid en de omvang van de opleving blijf echter zeer groot. In het algemeen wordt de omvang van de krimp en van het herstel vooral bepaald door de duur en de doeltreffendheid van de inperkingsmaatregelen, het succes van het beleid ter verzachting van de ongunstige impact op de inkomens en de werkgelegenheid, en de mate waarin de aanbodcapaciteit en de binnenlandse vraag permanent worden geraakt. Over het geheel genomen is de Raad van Bestuur van oordeel dat er ten aanzien van de groeivooruitzichten voor het eurogebied een neerwaarts risico blijft bestaan.

Volgens de flashraming van Eurostat daalde de HICP-inflatie van het eurogebied op jaarbasis naar 0,3% in juni, tegen 0,1% in mei. Deze ontwikkeling is vooral toe te schrijven aan de minder negatieve energieprijsinflatie. Op basis van de huidige en termijnprijzen voor olie en gelet op de tijdelijke verlaging van het Duitse btw-tarief, zal de totale inflatie de komende maanden waarschijnlijk opnieuw dalen en begin 2021 aantrekken. Op middellange termijn zal de zwakkere vraag de inflatie neerwaarts beïnvloeden, hetgeen slechts gedeeltelijk wordt gecompenseerd door de opwaartse druk als gevolg van aanbodbeperkingen. De marktindicatoren voor de inflatieverwachtingen op langere termijn zijn verder toegenomen ten opzichte van hun historische dieptepunt medio maart, maar blijven over het algemeen gematigd. Hoewel de op enquêtes gebaseerde indicatoren voor de inflatieverwachtingen zijn afgenomen sinds het begin van de pandemie, is dat minder het geval geweest voor de verwachtingen op langere termijn dan voor die op korte en middellange termijn.

Wat de monetaire analyse betreft, is de groei van het ruime monetaire aggregaat (M3) in mei 2020 gestegen naar 8,9%, tegen 8,2% in april. De sterke groei van de geldhoeveelheid hangt nog steeds vooral samen met de acute liquiditeitsbehoeften in de economie, die tot kredietverlening door banken hebben geleid. Bovendien zorgt de grote economische onzekerheid voor een verschuiving naar uit voorzorg aangehouden monetaire activa. Tegen die achtergrond blijft het eng gedefinieerde monetaire aggregaat M1, dat de meest liquide vormen van geld omvat, de grootste bijdrage leveren aan de groei van het ruime monetaire aggregaat.

De ontwikkelingen in de leningen aan de private sector droegen opnieuw het stempel van de effecten van het coronavirus op de economische bedrijvigheid. De twaalfmaandsgroei van de leningen aan niet-financiële ondernemingen steeg in mei 2020 verder naar 7,3%, tegen 6,6% in april. Dit weerspiegelt de behoefte van bedrijven om hun lopende uitgaven en werkkapitaal te financieren tegen de achtergrond van de nog altijd zwakke omzet. Tegelijk bleef het groeitempo op jaarbasis van de kredieten aan huishoudens in mei ongewijzigd op 3,0%, nadat het gedurende twee opeenvolgende maanden was afgenomen als gevolg van de aanhoudende beperkingen op de consumptie.

De resultaten van de enquête naar de bancaire kredietverlening in het eurogebied voor het tweede kwartaal van 2020 verschaffen meer inzicht in deze ontwikkelingen. Met betrekking tot de bedrijven wijzen ze op een aanhoudend sterk opwaarts effect van de pandemie op de vraag naar krediet, voornamelijk als gevolg van de behoefte aan noodliquiditeit, terwijl de financieringsbehoeften voor vaste investeringen zijn afgenomen. De kredietacceptatiecriteria voor leningen aan ondernemingen zijn ruwweg onveranderd gebleven. Het verkrappende effect van de verslechtering van de economische vooruitzichten en de daarmee gepaard gaande daling van de kredietwaardigheid van bedrijven werd grotendeels gecompenseerd door de versoepelende impact van beleidsmaatregelen, met name de liquiditeitsondersteunende maatregelen van de ECB en de overheidsgaranties op leningen. Voor de toekomst verwachten de banken per saldo echter een aanscherping van de kredietacceptatiecriteria voor ondernemingen, deels als gevolg van de verwachte beëindiging van de overheidsgaranties. Voor de huishoudens werden de kredietacceptatiecriteria strenger, voornamelijk als gevolg van de verslechtering van de inkomens- en werkgelegenheidsvooruitzichten van de huishoudens tegen de achtergrond van de pandemie.

Al met al zullen onze beleidsmaatregelen, samen met de maatregelen van de nationale overheden en de Europese instellingen blijven bijdragen aan de toegang tot financiering, ook voor de partijen die het sterkst door de gevolgen van de coronapandemie zijn getroffen.

Kortom: een toetsing van de uitkomsten van de economische analyse aan de signalen uit de monetaire analyse bevestigde dat een ruime mate van monetaire accommodatie nog steeds noodzakelijk is voor de krachtige convergentie van de inflatie naar een niveau onder maar dicht bij 2% op middellange termijn.

Wat het begrotingsbeleid betreft, blijft een ambitieuze en gecoördineerde begrotingskoers van cruciaal belang, gezien de sterke krimp van de economie van het eurogebied. De maatregelen als antwoord op de pandemie moeten zoveel mogelijk gericht en tijdelijk van aard zijn. De drie door de Europese Raad bekrachtigde vangnetten voor werkenden, bedrijven en staten, ter waarde van € 540 miljard, geven in dit verband belangrijke financieringssteun. Tegelijkertijd dringt de Raad van Bestuur aan op verdere krachtige en tijdige inspanningen om het herstel voor te bereiden en te ondersteunen. We zijn dan ook zeer verheugd over het door de Europese Commissie voorgestelde herstelinstrument NextGenerationEU, dat specifiek is gericht op het ondersteunen van de regio's en sectoren die het meest door de pandemie worden getroffen, op het versterken van de interne markt en het bouwen aan een duurzaam en welvarend herstel. Het is zaak dat de Europese leiders snel een akkoord bereiken over een ambitieus pakket.

De Recovery and Resilience Facility van de Europese Unie kan haar volledige potentieel alleen maar verwezenlijken als ze stevig verankerd wordt in deugdelijk structureel beleid dat op nationaal niveau wordt uitgewerkt en ten uitvoer gelegd. Goed doordacht structureel beleid kan bijdragen aan een sneller, sterker en eenvormiger herstel van de crisis en zo de doeltreffendheid van het monetair beleid in het eurogebied ondersteunen. Gericht structureel beleid is met name belangrijk om onze economieën nieuwe kracht te geven. Daarbij moet de nadruk gelegd worden op de versnelling van investeringen in prioriteiten zoals de groene en digitale transitie.

We zijn nu klaar om uw vragen te beantwoorden.

Voor de exacte bewoordingen van de door de Raad van Bestuur overeengekomen tekst wordt verwezen naar de Engelstalige versie.

Contactpersonen voor de media